Fietsen langs de Lahn I
Nadat ik in 2007 om gezondheidsredenen al mijn actieve vakanties had moeten laten schieten, hebben we het jaar daarop dan toch een fietstocht gemaakt in het Lahntal. We hebben de Lahn gevolgd van de oorsprong tot aan de Rijn, door schitterende bossen, langs prachtige weiden waar het vol reigers zat en door schilderachtige dorpjes en stadjes met de mooiste vakwerkhuizen.
We reisden met Velociped en hadden zelf onze reis samengesteld, volgens de formule “Frei wie der Wind “. Ik had mezelf onderschat want de afstanden waren eigenlijk te kort, zodat het hele gefiets zonder enige inspanning is verlopen. De fietsreis, dan wel te verstaan, want in de stadjes waar we overnachtten was het meestal trap op – trap af en dat kon ik minder goed. De hotels waren O.K. en onze bagage was meestal al in de hotels als wij er met de fiets aankwamen.

Ik had zo nog dagen verder kunnen fietsen, in tegenstelling tot Pee, die zich op een bende schapen en geiten had geïnspireerd en bijna de hele reis gemekkerd heeft (rijd niet zo hard, ik ben moe, ik kan niet volgen, ik heb kramp, ik ben een oude man, ik wil alleen koffie mét taart, als er geen taart is lust ik niks, ik ga nooit meer fietsen, ik kan het niet meer aan … enzovoort enzoverder)
Dag 1 – Met de trein tot aan de Lahnbron
Dat was opstaan om 4u45 om rond 5u30 in Antwerpen-Centraal te zijn. Het was zondag en het station was vergeven van de jongeren die een nachtje uit waren geweest. De NMBS was er weer eens in geslaagd op het grote bord beneden het verkeerde spoor aan te duiden, en we hadden ei zo na onze trein gemist, wat Pee hypernerveus maakte, maar mijn kouwe kleren eigenlijk niet raakte (leve de soma!). In Brussel Zuid de gebruikelijke koffie met broodje gepakt en vervolgens op de trein naar Keulen gekropen, waar we al om 9u15 waren. Vroom als we zijn, doken we met koffer en al maar even de kathedraal in, waar een mis bezig was. Om 10u23 de trein naar Siegen gepakt, waar we om 11u52 aankwamen en onmiddellijk konden overstappen op de trein naar Erndtebrück. Daar arriveerden we om 12u55, in een totaal onderkomen, niet geëlektrificeerd stationnetje. Dat was te verwachten na het troosteloze, industriële landschap dat we doorkruist hadden.

We moesten weer wachten en gingen met onze koffer het dorpje in, waar we een koffie met gebak verorberden. Om 13u58 naar Feudingen, waar we ietwat te laat (rond half drie) aankwamen. Maar we hadden geluk: de chauffeur van het hotel (Fursthaus Lahnquelle op de Rothaarkamm in Netphen-Lahnhof, dat zo’n 12 km verder midden in de bos lag en met het openbaar vervoer niet te bereiken is) kwam net aanrijden. De oorsprong van de Lahn (de Lahnquelle, een groene poel!) bevindt zich in de tuin van het hotel. Onze slaapkamer (met hemelbed) keek er op uit!

Dag 2 – van de Lahnquelle naar Bad Laasphe 20 km, lachwekkend kort!
Dat was dus absoluut niet ver in en tegenstelling tot de verwachtingen was het grotendeels bergafwaarts, zo steil naar beneden soms dat ik op de rem moest rijden. Voor het grootste deel door bossen en weiden, heerlijk! Eerst terug naar Feudingen (waar een laatromaanse kerk te bezichtigen viel) en vervolgens naar Bad Laasphe.


In Bad Laasphe reden we door, omdat we slot Breidenstein wilden gaan bezichtigen en we toch maar weinig hadden gereden. Dat lag zo’n 8 km verder. Maar we verloren de fietsplaatjes uit het oog en kwamen op een heel drukke weg vol vrachtwagens uit. Toen wisten we niet meer of we voor- of achteruit moesten!
P. werd zo zenuwachtig dat hij er als Zoef de Haas van door ging, racen, racen, racen om maar uit het verkeer te zijn. Met het resultaat dat ik hem weer eens kwijt was en alleen in Bad Laasphe aankwam. Na onderweg naar het hotel te hebben gevraagd – dat bovenop een steile berg lag – en na er naartoe geklommen te zijn, ging ik uit protest rechtstreeks met een boek op het terras zitten, waar ik vervoegd werd door een berouwvolle Huisdraak. Het hotel en dus ook het terras zat tjokvol bejaarde Noorderburen, die op hun gebruikelijke wijze met luide stem hun lief aan leed aan het uitwisselen waren (en hun freselijke siektes), dus kwam er van lezen niet zo veel. Dan maar twee halve liters Hefeweizen gedronken. Vervolgens de omgeving verkend. Mooie historische binnenstad, met steegjes die geplaveid zijn met kinderkopjes. Omdat het maandag was, waren het radiomuseum en het paddenstoelenmuseum jammer genoeg dicht. Vooral dat laatste had ik willen bezoeken. ‘s Avonds de berg afgegaan tot in het stadje om te eten. Daar was het tenminste rustig!
Dag 3 – van Bad Laasphe naar Marburg 47 km
Eerst zo’n 19 km naar Dautphetal, dezelfde richting als de dag ervoor, maar godzijgeloofd vond ik de richtingplaatjes (ternauwernood zichtbaar aan de linkerkant van de weg) en zaten we snel weer in de velden. Het was een prachtige rit: er hingen grote wolken nevel over de velden en we waren moederziel alleen in een met kraaien en reigers bewoond landschap. Af en toe kwamen we een eenzame boom tegen en dat was alles.
Dan naar Cölbe (24 km), via de gemeente Lahntal, die deel uitmaakt van de Duitse Sprookjesweg (Deutsche Märchenstrasse). Hier leefde van 1900-1922 Otto Ubbelohde, die de sprookjes van de gebroeders Grimm illustreerde. Eenmaal in Cölbe was het nog maar 6 km tot Marburg, dat ik van alle stadjes het aangenaamste vond, zo’n plaatsje waar ik wel zou willen leven (net zoals in Tübingen, Heidelberg…)

In Marburg leven 78.000 mensen, waarvan 19.000 studenten, wat resulteert in honderden kroegen en allerlei exotische restaurantjes en niet te vergeten de ene boekwinkel na de andere. De universiteit is de oudste Protestantse unief (1527) van Europa.

Marburg heeft ook honderden trappen die naar de bovenstad leiden. Pas nadat we onze fietsbenen hadden mishandeld en kreunend al die trappen hadden gedaan, merkten we dat er juist tegenover ons hotel een lift naar de bovenstad ging! En als het geen trappen zijn, dan zijn het wel hellingen!

De belangrijkste bezienswaardigheden van Marburg zijn het Landgrafenschloss en de gotische Elisbethkirche. De Lutherse St. Marienkirche is net als de Elisabethkirche in opdracht van de Duitse Orde gebouwd in de 13e eeuw. Binnen zijn mooie fresco’s te zien en vier grafmonumenten van Hessische vorsten. De kerk heeft ook een gotisch knekelhuis. Andere zaken die je kunt bekijken zijn o.m. het Rathaus uit 1520, de universiteit, de kasematten etc… Op de website van de stad is er genoeg te vinden! En voor de rest wat slenteren en terrasjes doen … trap op, trap af … wat wil je nog meer!
Dag 4 – van Marburg naar Wetzlar 45 km
Via de universiteitsstad Giessen fietsen we naar Wetzlar. In Giessen is het Mathematikum een aanrader (interactief wiskundemuseum). Liefhebbers kunnen ook het in 1530 aangelegde kerkhof bezoeken.

Onderweg wordt de Lahn breder en breder.

En weer door bossen en velden …

tot Wetzlar, waar de Leica vandaan komt.
In het centrum van Wetzlar (de Altstadt) staan veel historische vakwerkhuizen en gebouwen in de romaanse stijl, maar ook gotiek en renaissance kan er worden gevonden. De bouw van de Dom van Wetzlar werd in 1230 begonnen, en de bouw is nog steeds niet voltooid. Het is een van de oudste gotische kerken in Duitsland, maar vertoont vanwege de lange tijd dat eraan gebouwd is ook kenmerken van de romaanse stijl en de barokke architectuur. Het is een van de vier kerken in Duitsland waarin zowel Katholieke als Protestantse diensten gehouden worden.
Dag 5 – van Wetzlar naar Weilburg 32 km / 40 km
We fietsten eerst naar Kloster Altenberg, dat tussen Wetzlar en Solms-Oberbiel op de Michelsberg ligt. Daar namen we deel aan een gegidste bezichtiging. Langs velden vol appelbomen vervolgden we onze weg. Pee kon het niet laten wat appels te pikken. We misten het sprookjesklooster van Braunfels, maar vergaapten ons aan de Laneburg.

De Laneburg in Löhnberg, een van de imposantste bouwwerken in Middenhessen

Daarna fietsten we Weilburg binnen en besloten eerst naar ons hotel te gaan. Dat lag op een afgrijselijk hoge berg, die we te voet bestegen, wat wel een half uur duurde! Grellig! Na wat uitgepuft te hebben, gingen we te voet die berg weer af tot in het stadje, dat gedomineerd wordt door een groot slot met bijhorende kerk.

Eerst kochten we een ijs en daarna verdween Pee in de kerk. Ik was nog niet klaar met ijs-eten en wachtte voorlopig buiten. Totdat er plotseling twee heren naar buiten kwamen, die de deur afsloten!
Hé, zei ik, mijn echtgenoot zit binnen.
Is dat die goede man uit Antwerpen? vroeg de dominee
Goede man, dacht ik, wel wel!
Bleek dat er nog een ingang was en dat de Huisdraak in de kerk al met de dominee verbroederd was. Daarna wat door het stadje gelopen en dan het slot bekeken. Dat is werkelijk indrukwekkend en heeft een schitterende plantentuin.
Dag 6 – van Weilburg naar Limburg 42 km
Nadat we eerst een poos dapper langs de Lahn hadden gefietst, en een paar wondermooie burchten hadden gezien, begon het te regenen.

Dat belette ons niet onderweg ongepland naar een zeer eigenaardige kerk te fietsen, die twee torens had en als een burcht bovenop een heuvel stond. Er was ook een stokoud kerkhof aan verbonden. Tegen de tijd dat we dat allemaal bekeken hadden, goot het. We vluchtten eventjes in de kerk, maar de regen bleef met bakken uit de lucht vallen, dus besloten we maar terug naar buiten te gaan en de natuur te trotseren. Gelukkig was het niet al te warm, zodat de regenkledij eerder aangenaam was, niet zo’n broeikasje zoals gewoonlijk.

En zo zagen we uiteindelijk in de verte de torens van de prachtige Dom van Limburg, het mooiste stadje dat ik op deze reis heb gezien. Zo jammer, dat het regende en dat de lens van de camera voortdurend vol druppels hing, of bewasemd was. De meeste foto’s zijn dus mislukt.


De vakwerkhuizen waren prachtig, sommige ervan leken bijna om te vallen. We bezochten ook het Diözesanmuseum waar unieke kerkschatten bewaard worden, maar steeds plensde de regen neer. ‘t Is triestig dat het regent in de herfst…
Lees verder in deel II
1 April 2010
Geen Commentaar
Print dit Bericht
2008 · Duitsland · Kleine en Grote Fietstochten | Bad Ems, Bad Laasphe, Brussel, Duitsland, Fiets, Grimm, Koblenz, Lahn, Lahnquelle, Limburg, Marburg, Museum, NMBS, Openbaar Vervoer, Sprookje, Trein, Tweede Wereldoorlog, Vakantie, Velociped, Weilburg, Wetzlar
Fietsen langs de Lahn II
Dag 7 – van Limburg naar Bad Ems 36 km / 47 km
Dit zou de zwaarste dag worden, tot 4 keer toe werd in het fietsboekje vermeld dat er een aantal heel steile hellingen zouden komen en dat de mogelijkheid bestond de trein te nemen. En het regende nog altijd!
We fietsten langs de Lahn en bezochten eerst het 850 jaar oude klooster Arnstein, waarvoor we weer eens een heuvel op moesten. Het was nat, nat nat! Daarna door een dal verder langs de Lahn, verder en verder en verder totdat er opeens een sluis weg waar de weg stopte. Nazicht op de kaart wees uit dat we verkeerd waren gereden, en niet weinig ook. Zeker 10 km. Ik had me al afgevraagd waar die sterke stijgingen bleven.
We hadden geen zin om 10 km terug te fietsen en zochten op de kaart naar alternatieven. Die boden zich aan in de vorm van een voetgangerspad dat door een bos op een berg omhoog slingerde. Volgens een bordje was het te voet 30 minuten wandelen tot het eerstvolgende, op onze route gelegen dorp. Zo gezegd zo gedaan. Maar het was dus onmogelijk op dat voetgangerspad te fietsen. Het was ten eerste veel te steil en ten tweede had de regen het pad veranderd in een modderpoel, waar je banden in vastgezogen werden. Dan maar de fiets aan de hand en duwen maar. Miljaarde milliegrijs!!! Ik weet wel leukere dingen.

Na 25 minuten zwoegen bereikten we de top van de heuvel en daarna ging het uiteraard weer bergafwaarts, en konden we weldra de Lahnradweg weer volgen. Het mooie was wel dat we door deze escapade de 4 steile hellingen hadden afgesneden!


En zo kwamen we die zaterdag in bad Ems aan, waar ons hotel (weer eens) op een heuvel was gelegen! Bad Ems, een kuuroord met een 10.000 inwoners en een casino is absoluut not my cup of tea. Boring, boring, boring. In de 19e eeuw was het de plaats, waar Europa’s tsaren, keizers, koningen, prinsen, bekende staatslieden en artiesten kwamen om hun gezondheid te onderhouden. Maar op de zaterdag dat wij er waren was het ongeveer uitgestorven, alle winkels waren dicht, er was weinig volk op straat. Een pompeus boerengat! Het enige dat ik echt de moeite waard vond was de Russische kerk…
Dag 8 – van Bad Ems naar Braubach 17 km / 48 km / 70 km
Ik had deze dag als een dag langs de Rijn voorzien, tot aan de Lorelei. Zo’n 70 km heen en met de boot terug naar Braubach. Maar dat was zonder die dekselse Huisdraak gerekend, die deze dag weer eens voor klaagvogel speelde en dat niet kon, want te ver, te oud, te moe, te veel wind, te weinig tijd en wiewawoe. Bij ellenlange lamentaties krijg je gratis een zaag toe…

Maar soit, de Lahn werd hoe langer hoe mooier, het regende niet en we fietsten… We zaten al snel aan de Rijn en gingen bij Lahnstein met een veer naar de overkant.

Daar passeerden we Rhens, een mooi stadje met vakwerkhuizen. De Königsstuhl is de historisch belangrijkste bezienswaardigheid in Rhens. Ooit werd hier in het jaar 1400 „Ruprecht von der Pfalz“ als eerste koning van Duitsland gekozen. De koningen na hem namen plaats op de Königsstuhl en legden daar de eed van trouw af. In Spay bezochten we een oeroude kapel en tenslotte liepen we wat rond in Boppard. Toen staken we weer over met het veer en was voor Pee de kous af. Dan maar naar Braubach gefietst, waar we logeerden. De terugweg ging vergezeld van een keiharde tegenwind, zodat we onder de 10 km per uur bleven. Braubach bleek een heel gezellig dorp met een kasteel te zijn. Dat was toch al weer dat!


Kasteel bezocht, stadje bezichtigd, terrasje gedaan, douche genomen, wat gelezen, wat gaan eten (maar géén Saumagen!)



Dit uithangbord is uiteraard ironisch bedoeld (Eine Absteige is een hotelletje dat kamers verhuurt waar men -meestal overspelige – liefde bedrijft, of waar de hoertjes hun klanten mee naar toe nemen)
Dag 9 – Braubach – Koblenz 12 km
De fietsafstand was vandaag zo kort, omdat het ons erom te doen was een dag in Koblenz door te brengen. Maar eerst gingen we Lahnstein nog eens bezichtigen, dat we de dag ervoor waren gepasseerd. We waren er redelijk vlug en parkeerden onze fietsen bij een kerk die we wilden bekijken. We bonden ze aan elkaar met een groot fietsenslot, dat we al eerder gebruikt hadden. Terug uit de kerk bleek dat fietsenslot met geen mogelijkheid meer open te gaan. Zeker een uur geprobeerd. In de omtrek was geen telefoon te bekennen en een GSM hadden we niet bij (hebben we trouwens nooit gehad). Dan maar onze fietsen laten staan en de trein naar Koblenz gepakt. In het stationnetje – dat dicht was – was de kaartjesautomaat kapot. Gelukkig was het spoorpersoneel sympathiek – we mochten gratis meerijden! In ons hotel kwamen ze juist de bagage afleveren – geluk bij een ongeluk – zodat we konden vertellen waar de fietsen stonden. Eind goed al goed.
Koblenz is een stad waarvan de historische gebouwen haast allemaal beschadigd of verwoest zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog. Een groot deel is in oude stijl herbouwd of gerestaureerd. We maakten een stadwandeling en wandelden ook over de promenade aan de Rijn. De landtong tussen de Moezel en de Rijn wordt Deutsches Eck genoemd. Een kolossaal en in mijn ogen bombastisch beeld van keizer Willem I domineert de Duitse hoek.



Na een zoektocht in de winkelstraten vonden we bovendien een enorme boekenwinkel, tot grote vreugde van de Huisdraak. Toch nog een fijne dag!
Dag 10 – Koblenz – Antwerpen
Dat was dus Koblenz – Keulen – Brussel – Antwerpen met de trein.

Nog even afgestapt in de kathedraal

En in de crypte

En wat gapers gefotografeerd…

Daarna rondgelopen in het Römisch-Germanisches Museum

En daarna blies een inventieve jongeman ons liedje uit!
[Meer foto's (150 - over 3 bladzijden verspreid) bovenaan de bladzijde, onder de tab "Fietsfoto's". ]
1 April 2010
Geen Commentaar
Print dit Bericht
2008 · Duitsland · Kleine en Grote Fietstochten | Bad Ems, Bad Laasphe, Brussel, Duitsland, Fiets, Grimm, Koblenz, Lahn, Lahnquelle, Limburg, Marburg, Museum, NMBS, Openbaar Vervoer, Sprookje, Trein, Tweede Wereldoorlog, Vakantie, Velociped, Weilburg, Wetzlar



